Gedicht bij gedenkstenen voormalige synagogen Midden-Groningen
Het gedicht 'Foxhol / rosj hasjana' door Saul van Messel/Jaap Meijer. Uit de bundel 'Vaderland in den vreemde' (joodse balladen uit groningerland).
Foxhol / rosj hasjana
wie heeft als ik nog sjoels gekend
in hoogezand en in de leek
mijn muze raakt eraan gewend
al ziet mijn inkt van heimwee bleek
de roep van het feest door het ommeland
mijn woorden wenden als vanzelf hun stevens
eenmaal ben ik in sappemeer en hoogezand
gazzen geweest ‘en baltekeie tevens’
waar nu allang geen joden wonen
vandaag niet noch op rousj hasjone
nog niet getooid met davidster
alom verstrooid van heinde en ver
daar kwamen zij voor mozes’ leer
uit hoogezand en sappemeer
aan het begin van het joodse jaar
blies de bazuin ze bij elkaar
tesjoewe hoor ik ze nog zeggen
hoe dit aan vreemden uit te leggen
de ramshoorn van de offerande
weerklonk door alle ommelanden
van oterdum tot alteveer
van zoutkamp tot kielwindeweer
onkwetsbaar volk op rousj hasjone
door het tetsjen van de sjofartonen
verzel mijn lied verbleekte ster
één komt er niet hij woont te ver
want in foxhol dicht bij kolham
kwijnt oude loot aan joodse stam
de onrust woelt door bange dromen
öl haaiman kin nait sjoele komen
een joods uur u gaat hem beproeven
hoe moet dat nu met zijn tesjoewe
hail kört van kop mien jeudse boazn:
doe most ook veur öl haaiman bloazn
wie die ooit leefde in dat lage land
weerstreefde een parnes van hoogezand
dus trok ik dei gloria
tweemaal naar het verre moria
met de sjofar van de offerande
door herfstgekleurde ommelanden
en blies ik oude sjoufertonen
waar nu allang geen joden wonen
nog hoor ik hem daip in dat loug
met zachte stem: mie jong sjekouch
hoorn van de ram blaas in foxhol
dicht bij kolham mijn verzen vol
van het joodse lot / van het joodse leed
waar iedereen nu veel van weet
maar wie weet van die jiddisjkat
tussen het goorecht en het wad
waar leeft o waag in een vitrine
nog één zo’n jood uit mijn mediene
Vertaling
- rosj hasjana (rousj hasjone ) = nieuwjaar
- gazzen = voorzanger
- baltekeie = blazer op de bazuin (= sjofar / sjoufer)
- dit blazen wordt symbolisch in verband gebracht met abrahams offerande, zie genesis 22 : 13;
- het geluid roept op tot inkeer = tesjoewe
- tetsjen (jiddisj) = bazuin-blazen
- parnes = bestuurder joodse gemeente
- sjekouch (jeskouch) = bedankt; eigenlijk: god moge uw kracht sterken
- jiddisjkat = jodendom
- mediene = provincie
- loug (gronings) = gehucht
- daip in dat loug = diep in die rimboe