Terugblik inwonersbijeenkomsten Warmteprogramma

Algemeen

Tijdens 3 goed bezochte bijeenkomsten in Hoogezand, Zuidbroek en Slochteren gingen we met inwoners in gesprek over wonen zonder aardgas. Zij deelden hun vragen, zorgen en wensen. Op deze pagina leest u een korte terugblik en de veelgestelde vragen.

Vragen en zorgen van inwoners

Inwoners willen vooral weten welke manier van verwarmen past bij hun woning, wat die kost en wanneer hun wijk aan de beurt is. Ook zijn er zorgen over de ruimte op het stroomnet en de beschikbaarheid van vakmensen. Daarnaast waren er vragen over oudere woningen en monumenten, de volgorde van versterken en energiezuiniger maken, en veranderingen in landelijke regels. Inwoners willen ook weten welke mogelijkheden er zijn om samen energie op te wekken, te delen en op te slaan. 

Welke hulp willen inwoners?

Inwoners vragen om onafhankelijk advies dat past bij hun eigen woning. Zij vinden hulp van een energiecoach of bespaarcoach nuttig. Ook willen zij weten welke bedrijven betrouwbaar zijn.

Daarnaast hebben inwoners behoefte aan duidelijke informatie over kosten, subsidies, leningen en de plannen van de gemeente. Daarmee kunnen zij beter bepalen welke stappen zij willen zetten. Ook vragen zij om ondersteuning voor ideeën en proefprojecten uit de buurt. 

Veelgestelde vragen

Tijdens de bijeenkomsten stelden inwoners vragen over onder andere warmtepompen, het stroomnet, kosten en de plannen voor hun wijk. We hebben de veelgestelde vragen en antwoorden per thema bij elkaar gezet. 

Warmteprogramma algemeen

De gemeente houdt het landelijke doel aan voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Het Warmteprogramma beschrijft de plannen voor de komende tien jaar. Iedere vijf jaar komt er een nieuwe versie van het programma en worden de plannen waar nodig aangepast.

Ja, in het Warmteprogramma komt een overzicht met mogelijke warmtebronnen.

Alle deelnemers van de inwonersbijeenkomsten krijgen een e-mail met de presentatie en het verslag van de bijeenkomst. En wanneer het Ontwerp-Warmteprogramma ter inzage ligt.

De gemeente heeft geen precieze cijfers op woningniveau. Wel is bekend dat ongeveer 10 procent van de kleinverbruikers geen aardgasaansluiting meer heeft. Dat komt neer op ongeveer 2.900 woningen. Daar zit ook nieuwbouw bij, die sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer krijgt.

Koop- en huurwoningen

Woningeigenaren bepalen zelf welke aardgasvrije warmteoplossing wordt toegepast. Voor huurwoningen is de verhuurder degene die de keuze maakt. Het Warmteprogramma beschrijft welke warmteoplossingen voor welk gebied kansrijk zijn.

Als een warmtenet voor een huurderscomplex kansrijk is en 70 procent van de huurders hiermee instemt, maakt de verhuurder de keuze om wel of niet aan het warmtenet deel te nemen.

Warmtenet en warmtebronnen

Voor deze eerste fase van het warmtenet in (delen van) Gorecht-Noord en Spoorstraat-Kieldiep is gekozen voor warmtelevering op hogere temperatuur, omdat dit een bewezen en breed toepasbare techniek is. Bij de woningen wordt warmte van minimaal 70 graden geleverd. Hierdoor kunnen zowel bestaande als goed geïsoleerde woningen worden aangesloten zonder dat overal grote aanpassingen aan het verwarmingssysteem nodig zijn. Ook het verwarmen van tapwater speelt hierbij een rol.  In de toekomst kan worden bekeken of op onderdelen met lagere temperaturen kan worden gewerkt.

Het gebouw is technisch gezien geschikt om aan te sluiten. Hierover zijn in het verleden ook gesprekken gevoerd. In de eerste fase van het warmtenet ligt de nadruk op de woningen en gebouwen die nu onderdeel zijn van het project. Een aansluiting van het medisch centrum kan in een latere fase opnieuw worden onderzocht en besproken.

Warmtecompagnie (het warmtebedrijf voor het warmtenet) heeft afspraken met ESKA over de levering van restwarmte als bron voor het warmtenet. Daarnaast wordt de warmtevoorziening zo ingericht dat tijdelijke uitval kan worden opgevangen. Voor de langere termijn wordt ook gekeken naar andere warmtebronnen, waaronder warmte uit het oppervlaktewater (TEO) uit het Winschoterdiep. Bij de oprichting van Warmtecompagnie is rekening gehouden met het risico dat op termijn een alternatieve warmtebron nodig kan zijn.

Een groot warmtenet is in Zuidbroek niet kansrijk. De woningen staan te ver van elkaar af om het rendabel te maken. Voor individuele woningen kan soms wel gebruik worden gemaakt van oppervlaktewater als bron. Dat moet dan verder onderzocht worden.

Technisch gezien kan oppervlaktewater als warmtebron worden gebruikt. Voor een warmtenet is echter ook belangrijk dat voldoende woningen en gebouwen dicht bij elkaar liggen en dat de afstand tot de warmtebron beperkt blijft. Rond het Zuidlaardermeer ligt de bebouwing relatief verspreid en de afstand tot andere gebieden die geschikt zijn voor een warmtenet is groot. Daardoor ligt een warmtenet hier niet voor de hand. Dat sluit niet uit dat individuele woningen in de buurt van aan het Zuidlaardermeer gebruik kunnen maken van warmte uit deze bron. Daarvoor is dan nader onderzoek nodig.

Waterstof is een manier om energie op te slaan die je niet meteen gebruikt. Grijze waterstof wordt gemaakt met fossiele brandstoffen. Groene waterstof wordt gemaakt met zonne- of windenergie. Om groene waterstof te kunnen maken is een overschot aan groene energie nodig, en dat is er niet. Groene waterstof is dus schaars en wordt daarom het eerst ingezet voor de industrie om zonder aardgas toch hoge temperaturen te kunnen bereiken en voor verduurzaming van de transportsector. Wat in de toekomst eventueel overblijft, kan voor woningen worden gebruikt. Op dit moment en voor de nabije toekomst is waterstof geen kansrijke optie. Bij de pilot in Wagenborgen bleken de kosten van het inzetten van waterstof heel hoog te zijn.

Kosten

Op dit moment wordt het maximale warmtetarief nog mede bepaald aan de hand van de gasprijs. De landelijke regels voor warmtetarieven gaan veranderen. Daarbij wordt de prijs steeds meer gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van het warmtebedrijf en op een toegestaan rendement. Warmtecompagnie is een publiek warmtebedrijf en heeft niet als doel om zoveel mogelijk winst te maken. Het uitgangspunt is om de warmte betaalbaar te houden en de tarieven zorgvuldig op te bouwen binnen de wettelijke regels.

Warmtepompen, cv-ketels en het energienet

Uitgangspunt van Enexis is dat het elektriciteitsnet overal moet worden verzwaard, dus ook in een buurt waar mogelijk een warmtenet komt. De gemeente is met Enexis in gesprek over welke aanpak van het elektriciteitsnet in welke buurt verstandig is en wat dat betekent voor de aardgasvrije warmteoplossingen.

Enexis is verplicht om het gasnet in goede staat te houden totdat een gebied van het gas afgaat.

Elektriciteit uit steenkool- of bruinkoolcentrales is niet duurzaam. De gemeente wekt zelf geen energie op en heeft weinig invloed op de herkomst van de elektriciteit. Als consument heb je wel de keuze tussen de inkoop van grijze of groene stroom. Het gebruik van elektriciteit kan het beste zo efficiënt mogelijk ingezet worden, bijvoorbeeld door middel van warmtepompen. 

De temperatuur van de warmtebron bepaalt direct hoe zuinig en efficiënt de warmtepomp werkt en hoeveel warmte de woning krijgt. Hoe hoger de temperatuur van de warmtebron, hoe hoger het rendement (COP) van de warmtepomp.

Er is op dit moment geen actuele verplichting om een hybride warmtepomp aan te schaffen. Volgens het meest recente landelijke beleid wordt de (hybride) warmtepomp vanaf 2029 of 2030 de nieuwe standaardnorm. De norm gaat pas gelden op het moment dat je huidige cv-ketel kapotgaat en aan vervanging toe is. Maar er komen ook uitzonderingen waarvoor de norm niet geldt. De exacte details, wetgeving en definitieve ingangsdatum (2029 of 2030) moeten nog definitief worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Collectieve initiatieven

Steendam en Tjuchem vormen samen een proeftuin aardgasvrije wijken (PAW). In dit gebied is extra ruimte om te experimenteren met aardgasvrij worden doordat er een landelijke subsidie voor is. De gemeente leert daarvan. Andere dorpen kunnen op dit moment niet bij dit initiatief aanhaken. Kijk voor meer informatie op de website van de coöperatie Steendam en op de website van het NPLW.

De gemeente kan initiatieven ondersteunen als daar behoefte aan is, bijvoorbeeld met procesbegeleiding en technisch onderzoek. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Kiel-Windeweer en in de zes dorpen rondom het Schildmeer.